"Vertrouw op een vrouw, zij denkt strategisch": One World Interview met ING-bankier Roy Budjhawan (article in Dutch)

24 October, 2014

INTERVIEW:

ING-bankier Roy Budjhawan werd geboren in het Surinaamse gehucht Paradijs als zoon van een ongeschoolde nachtwaker. Nu is hij vice-president Microfinance bij de ING Bank. Is een bankier meer betrokken bij armoedebestrijding als hij ooit armoede heeft gekend? Een gesprek over de toekomst van microfinanciering en hoe zijn achtergrond zijn blik kleurt. “Vrouwen denken strategischer dan mannen.”

By One World, Marieke van Twillert

For original source on One World.nl, click here

Hoe klimt een jongen uit Paradijs op tot een internationale bankier?
“Ik kom uit het district Nickerie, in het westen van Suriname. Mijn moeder was huisvrouw, mijn vader bewaakte ’s nachts de landbouwmachines die in het veld stonden. We waren met z’n vijven thuis. In 1980, ik was twaalf, vertrokken we naar Nederland. Mijn ouders  zagen hier een betere toekomst voor ons. Ook de politieke spanning van de militairen die de macht overnamen was van invloed. We belandden in het Friese Oosterwolde. Nogal een cultuurshock.”

Uitgerekend Oosterwolde.
“De zus van mijn moeder woonde er al. Ik vond de overgang erg groot. Meisjes droegen broeken en hadden kort haar – hoe kon ik ze onderscheiden van jongens? Op mijn 18e  ging ik in Groningen economie studeren en direct erna ging ik in Amsterdam werken bij ING.”

Waarom bankier?
“Mijn oom was ook bankier, iedereen keek tegen hem op. Hij had het goed – dat wilde ik ook. Als kleine jongen was ik altijd bezig met geld. Geld verdienen vond ik leuk, als spelletje, maar ook om daarmee wat centen te verdienen voor een blikje cola.Tijdens mijn jeugd ben ik deels opgevoed door mijn opa en oma van moederskant. Mijn opa had zijn eigen vrachtwagen. Hij vond dat je niet afhankelijk moest zijn. Dat heb ik goed onthouden. Toen ik eenmaal in Nederland was, bleef ik mijn eigen ambitie voeden, door uit te blinken. In cijfers op school, in sport, en later bij ING ging dat door. Ik begon bij de sales-afdeling, ik werd de eerste etnische salesdirecteur in het kantoor Laren/Blaricum. Ik werd een rolmodel. Vroeger vond ik dat onprettig, maar ik merkte ook dat de Hindoestaanse gemeenschap me naar voren duwde. Nu voel ik me er meer comfortabel bij.”

'Ik ben misschien een ander soort bankier dan het reguliere type.'

Waarom bleef u bij ING? U had naar een hulporganisatie kunnen overstappen.
“ING heeft me gevormd, ik heb veel te danken aan het bedrijf en ik ben trots op wat ik doe. Ik heb geen verkeerde dingen gedaan en hoef me niet te schamen voor iets, ik ging ook in mijn tijd als salesvertegenwoordiger altijd uit van de behoefte van de klant. Nooit heb ik een klant verloren, al waren andere banken goedkoper. Nooit. Ik ben misschien een ander soort bankier dan het reguliere type, maar ik was niet gefrustreerd door het verslechterde imago van de banken. Ik wilde het juist van binnen veranderen: ik ga iets goeds doen.”

En nu bent u verantwoordelijk voor alle projecten rond microkrediet van de ING Bank wereldwijd.
“We hebben nu zo veel exposure met ons microkredietprogramma, kijk maar naar de conferentie A Billion to Gain? die we eerder hebben georganiseerd (zie ook: NpM nieuwsberichten). Niet alleen hier, ook internationaal. Het helpt natuurlijk dat ik vijf talen spreek, waaronder Hindi, en verschillende groepen mensen kan samenbrengen.”

ING is met haar microkredietprogramma alleen actief in India en Turkije. Waarom juist die landen?
“In deze landen hebben we een eigen kantorennet, waardoor we directe contacten met de klant onderhouden. Het onderzoek naar social impact vond plaats in India en Ghana. India is de grootste markt voor microkrediet. Ik wilde testen hoe het in een Afrikaans  land zou verlopen. Ghana is als opkomend land een goed land om te beginnen. Een andere cultuur, een ander soort productiviteit. De West-Afrikaanse vrouwen zijn veel meer leidend op financieel gebied dan de Indiase.”

Wat voor activiteiten lopen er nu?
“De pijlers zijn leningen, educatie en onderzoek. Ik ga minimaal één maal per jaar naar India. Ik zet het beleid uit en bepaal de lijnen –  lokaal zetten anderen het voort. Ik bepaal samen met anderen wat de behoeftes zijn. Momenteel werken we aan een programma waarbij de dorpsbewoners een vak leren, zoals riksja’s repareren. Na de training krijgen ze een certificaat en een lening om het beroep uit te oefenen. We hebben een speciaal trainingsbusje dat langs dorpen rijdt om de vrouwen te trainen. Nu hebben we er zevenhonderd, maar in december wil ik duizend getrainde vrouwen hebben.”

Waarom focust ING op vrouwen?
“Ik weet eigenlijk niet hoe ik dit goed moet zeggen, maar ik heb meer vertrouwen in vrouwen. Ze denken strategischer. Als een vrouw een onderneming begint, dan profiteert het hele gezin. Ze hebben een andere beleggingshorizon.”

Pardon?
“Vrouwen hebben een langetermijnvisie, sparen elk dubbeltje – om melk te kopen, linzen, schoolgeld. Ze zorgen eerst voor het gezin, dan voor zichzelf. Mijn moeder ging zelf altijd als laatste eten, ik doe dat zelf trouwens ook. Dat heb ik meegekregen uit mijn jeugd. Mijn vrouw, die niet in armoede is opgegroeid, doet dat niet.”

Hoe gaat dat dan met mannen?
“Als een man voor een lening komt voor een eigen bedrijfje, zullen we hem niet afwijzen – maar we richten ons specifiek op vrouwen. Als we vragen wat ze willen, dan zegt een vrouw: ik wil leren sparen. Een man zegt: ik wil een lening. Dat is precies het verschil. Mannen willen scoren. Vaak bemoeit een echtgenoot zich ook pas met het bedrijfje van zijn vrouw als het groter begin te worden. Ik zag pas een mooi voorbeeld in Ghana. Een vrouw begon met tweeduizend euro een winkeltje. Dat betaalde ze af en ze nam een tweede lening. Het liep beter. Toen kwam manlief, die wilde een groothandel beginnen. Hij werkte plotseling ook mee. Van die vrouw hoefde het niet zo nodig, het was goed zo – dat bescheiden niveau.”

Is dat exemplarisch?
“Ik denk het wel. Misschien is dat de reden dat maar 6 procent van de deelnemers aan het microkredietprogramma doorgroeit naar het Midden- en Kleinbedrijf (MKB). Bijna alle microkredietleningen gaan naar vrouwen: 90 procent. Als het zo is, dat vrouwen niet per se een groter bedrijf willen, dan zou daar een verband tussen zitten. Interessant om te onderzoeken.”

'Voor het ouderwetse microkrediet is nog steeds een markt.'

Welke richting gaat het op met microkrediet?
“In India is de hele microkredietsector onderuitgegaan juist door het succes: iedereen bood leningen aan, maar er werd niet gecontroleerd of de aanvragers ook leningen aangingen bij anderen. Die fout wil ik niet maken.
De sector is in beweging: er is voor een deel schaalvergroting. En tegelijk zie je projecten om het MKB te stimuleren. Ik wil die twee ontwikkelingen combineren: een deel van de mensen in loondienst laten werken bij één MKB-ondernemer. Dat gaat dan om de mensen die niet in de wieg zijn gelegd om ondernemer te worden maar wél willen werken. Ook voor het ouderwetse microkrediet is nog steeds een markt en dat moet je in stand houden, met name voor de vrouwen die een klein inkomen willen voor hun gezin. Je moet kortom flexibel blijven én selectief.”

Een van de kritiekpunten op microkrediet was dat het kinderarbeid in de hand werkt.
“Dat is lastig te voorkomen. Als een bedrijfje te succesvol dreigt te worden, moeten kinderen meewerken van hun ouders. Het enige wat je kunt doen, is mensen bewust maken en educatie verstrekken. Je kunt ze erop wijzen dat hun winstverwachtingen niet gebaseerd kunnen zijn op het al dan niet meewerken van de kinderen.
Tegelijkertijd moet ik zeggen: ik heb zelf ook altijd gewerkt. Ik liet de koeien grazen, en ondertussen deed ik mijn huiswerk onder de boom. Ik hoefde niet te spijbelen.”

 

 

 

Back to News