OneWorld, 5 september 2014: Geen gouden bergen meer voor microkredieten (in Dutch)

Geen gouden bergen meer voor microkredieten

This article is in Dutch

Door: Maarten van der Schaaf, originele bron: One World

Een nieuw rapport toont de maatschappelijke impact van microfinanciering aan in India en Ghana. Die impact is niet zo groot als ooit werd verondersteld, maar groot genoeg om nieuwe investeringen in de sector te rechtvaardigen.

VERSLAG - Na de hype en de schandalen staan ‘s werelds microkredietinstellingen weer met beide benen op de grond. Daarover was iedereen het wel eens, afgelopen woensdag in het Amsterdamse filmmuseum Eye waar ING Bank en het Platform for Inclusive Finance (NpM) het rapport ‘A Billion to Gain?’ presenteerde. De voornaamste uitkomst van het rapport: de inkomens van 2.468 huishoudens in India en Ghana stegen dankzij microkrediet gemiddeld met respectievelijk 13% en 10%. Hierdoor hebben die gezinnen gemiddeld meer te besteden en zijn ze beter in staat onverwachte uitgaven op te vangen.

Boksbal
“Dit rapport toont een redelijk beeld van wat microfinanciering kan betekenen voor de allerarmsten", reageerde Vijay Mahajan, directeur van de Indiase microkredietinstelling Basix, op de resultaten. "Microkrediet is niet meer het tovermiddel tegen armoede, maar gelukkig zijn we ook niet langer de boksbal waar tegen iedereen slaat."
De microfinancieringsector heeft een bewogen decennium achter de rug. Aan het begin van de 21ste eeuw leek microkrediet het wondermiddel tegen armoede. De hype die daarop volgde, zorgde voor een massale toename van banken die kleine leningen gingen aanbieden tegen woekkerentes. De sociale missie verdween naar de achtergrond: banken maakten enorme winsten, de allerarmsten raakten zwaar in de schulden. In India leidde dat zelfs tot een zelfmoordgolf op het platteland.
Het nieuwe rapport laat zien dat microkredietorganisaties met een sociale missie, zoals Basix in India en Opportunity International in Ghana, wel degelijk een positieve bijdrage kunnen leveren aan armoedebestrijding. Uit het rapport blijkt dat gezinnen microkredieten veelal investeren in hun bedrijfje (93% in India en 59% in Ghana). De extra inkomsten die gezinnen daarmee genereren, besteden ze onder meer aan onderwijs, (gezonder) eten en medische hulp.

Gelukkig zijn we ook niet langer de boksbal waar tegen iedereen slaat.


Wenkbrauwen fronsen
Mark Cliffe, hoofdeconoom van ING, trok de resultaten van het rapport door naar mondiaal niveau en concludeerde dat microkrediet een belangrijke rol heeft gespeeld bij het terugdringen van extreme armoede. “Wereldwijd hebben 150 miljoen mensen een microkrediet ontvangen,” zei Cliffe. “Daarvan profiteren in totaal pakweg 600 miljoen mensen - behalve degene die de lening aangaan ook hun familieleden. Het doel van de Verenigde Naties om extreme armoede wereldwijd te halveren tussen 2000 en 2015 is daarmee behaald.” Om de overige 600 miljoen armen te bereiken met microkredieten, is volgens Cliffe nog eens 200 tot 250 miljard dollar nodig.

Het gemak waarmee Cliffe conclusies trok op basis van het rapport, deed Jonathan Morduch de wenkbrauwen fronsen. Hoewel de Amerikaanse hoogleraar aan New York University en schrijver van het boek Portfolios of the Poor de resultaten van het onderzoek aannemelijk vond, benadrukte hij dat de studie niet aan de strengste wetenschappelijke normen voldoet. Zo was er bijvoorbeeld geen sprake van een random gekozen controlegroep. “En dat beïnvloedt de resultaten,” zei Morduch. “Hoe wetenschappelijker impactevaluaties worden uitgevoerd, hoe kleiner de impact van microfinanciering doorgaans blijkt te zijn.” Morduch pleitte voor meer en nauwkeuriger onderzoek. Alleen op die manier kan de sector een duidelijk beeld krijgen van wat werkt en wat niet. Morduch: "Uit dit rapport blijkt dat het gemiddelde gezin 10 procent meer verdient dankzij microkrediet, maar zo’n gemiddeld gezin bestaat natuurlijk niet. Sommige gezinnen zien hun inkomen dankzij de lening misschien met 30 procent groeien, maar anderen gaan erop achteruit.”